Direct naar de inhoud

Nooduitgang en vluchtroute aanduiden: wat is verplicht?

Een nooduitgang moet in een noodsituatie te vinden zijn zonder te zoeken, ook door iemand die het gebouw niet kent. In Nederland regelen twee regelingen hoe u dat aanduidt: het Arbobesluit voor de werkplek en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor het gebouw. Hieronder staat wat er in staat, met de artikelen erbij, zodat u het zelf kunt nalezen.

Is een nooduitgangbord verplicht?

Op de werkplek: ja. Volgens artikel 3.7 van het Arbobesluit zijn de vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen en de nooduitgangen gemarkeerd met signalering die voldoet aan de regels voor veiligheidssignalering. Waar de vluchtweg bij uitval van de verlichting slecht te zien is, hoort er ook noodverlichting te zijn.

In het gebouw: het Bbl eist een vluchtrouteaanduiding in een ruimte waardoor een verkeersroute voert en in een ruimte voor meer dan 50 personen (artikel 3.120 voor bestaande gebouwen, artikel 4.215 voor nieuwbouw). Of en hoe dat voor uw gebouw geldt, hangt ook af van de gebruiksfunctie. Twijfelt u, vraag het dan na bij de gemeente of de brandweer.

Moet de aanduiding ook zonder stroom zichtbaar zijn?

Waar het Bbl een vluchtrouteaanduiding eist, moet die binnen 15 seconden na het uitvallen van de elektriciteit, en daarna ten minste 60 minuten, blijven voldoen aan de zichtbaarheidseisen uit NEN-EN 1838. In de praktijk betekent dat meestal een verlichte aanduiding op noodstroom. Een sticker alleen voldoet daar dus niet altijd aan. Stickers zijn wel geschikt als aanvulling en op de plekken waar die eis niet geldt, zoals op deuren en poorten in de vluchtweg en in kleinere ruimtes. Nalichtende folie leveren wij op aanvraag als maatwerk.

Welke pictogrammen gebruikt u?

Voor de nooduitgang zijn er twee ISO 7010-tekens: nooduitgang links (E001) en nooduitgang rechts (E002). Het rennende figuurtje loopt naar de deur toe; een richtingpijl ernaast wijst de weg. Boven een vluchtdeur wijst die pijl volgens NEN-EN-ISO 7010 omhoog, anders dan bij de oudere NEN 6088. Buiten het gebouw wijst de verzamelplaats (E007) aan waar iedereen na een ontruiming heen gaat.

Alle nood- en vluchtwegtekens staan bij nood- en vluchtwegstickers; met betekenis op een rij in het overzicht van veiligheidspictogrammen.

Welke normen horen erbij?

NEN 3011 beschrijft veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte en verwijst voor de tekens zelf naar NEN-EN-ISO 7010. De actuele versie is NEN 3011:2021; het Bbl wijst voor nieuwbouw nog de versie uit 2015 aan. Voor bestaande gebouwen verwijst het Bbl naar NEN 6088. De zichtbaarheidseisen staan in NEN-EN 1838. Meer over de normen leest u bij normen en richtlijnen.

Hoe groot moet het teken zijn?

Dat hangt af van de afstand waarop het herkend moet worden. Een praktische vuistregel is een honderdste van de kijkafstand: 100 mm hoog voor 10 meter. Meer daarover in hoe groot moet een veiligheidspictogram zijn.

Wij verkopen de markering; wat er in uw gebouw verplicht is, volgt uit uw risico-inventarisatie en de eisen van het Bbl. Heeft u een plattegrond en wilt u weten welke tekens waar horen, neem contact op.